Partijen zijn gescheiden in 2022 en hebben een convenant gesloten waarin de man partneralimentatie betaalde aan de vrouw. Na een relevante wijziging van omstandigheden, waaronder het verlies van de baan van de man en het ontvangen van een Ziektewetuitkering, is de alimentatie door de rechtbank verlaagd per 4 juli 2023. De man ging in hoger beroep en stelde onder meer dat de wijziging eerder had moeten ingaan en dat de vrouw niet behoeftig zou zijn.
Het hof oordeelt dat de wijziging van omstandigheden inderdaad rechtvaardigt tot herbeoordeling, maar handhaaft de ingangsdatum van 4 juli 2023 omdat de vrouw niet tijdig en concreet geïnformeerd was over de financiële situatie. De vrouw is deels behoeftig, aangezien zij naar het oordeel van het hof haar verdiencapaciteit kan uitbreiden tot 16 uur per week ondanks gezondheidsklachten. De draagkracht van de man wordt berekend met werkelijke woonlasten inclusief een correctie voor hogere energiekosten.
De alimentatie wordt vastgesteld op €773 bruto per maand vanaf 4 juli 2023. Het hof wijst een terugbetalingsverplichting af omdat de vrouw de ontvangen alimentatie heeft besteed aan haar levensonderhoud en niet over andere middelen beschikt. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hoger beroep wordt deels toegewezen.