De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, waarvan de ouders gezamenlijk het gezag hebben. De kinderrechter had de ondertoezichtstelling reeds verlengd tot 20 februari 2025 vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie.
De moeder is tegen deze verlenging in hoger beroep gegaan en verzocht om vernietiging van de beschikking of niet-ontvankelijkheid van de gecertificeerde instelling (GI). Het hof heeft het beroepschrift, verweerschrift en mondelinge behandeling in overweging genomen.
Het hof constateert dat ondanks het verbreken van de relatie tussen de ouders, de patronen van conflicten hardnekkig aanwezig zijn. De vader weigert samenwerking met de GI en neemt zijn ouderlijke verantwoordelijkheid onvoldoende. De moeder heeft nog geen traumatherapie gevolgd, wat noodzakelijk is om herhaling te voorkomen. Er is onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij de vader en de zorgregeling is onduidelijk.
Gezien deze omstandigheden acht het hof verlenging van de ondertoezichtstelling voor de maximale duur van een jaar noodzakelijk in het belang van de kinderen. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd.