Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat,
- [de echtgenoot] ,
- een vertegenwoordiger van de bewindvoerder.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het verzoek van betrokkene om het beschermingsbewind op te heffen, dat sinds 2007 van kracht is. De kantonrechter wees dit verzoek in oktober 2023 af, waarna betrokkene hoger beroep instelde. Tijdens de mondelinge behandeling in april 2024 werd vastgesteld dat betrokkene onvoldoende financieel inzicht heeft en dat het bewind noodzakelijk blijft.
Betrokkene en haar echtgenoot hebben recent een woning gekocht, waardoor het opbouwen en behouden van een financiële buffer van groot belang is. De bewindvoerder gaf aan dat het spaargeld slechts € 2.500,- bedraagt, terwijl betrokkene stelde dat zij € 9.000,- spaargeld had, hetgeen niet werd bevestigd door de financiële overzichten. Ook bleek dat betrokkene aankopen op afbetaling doet en een telefoonabonnement op naam van haar echtgenoot heeft afgesloten om het bewind te omzeilen.
Het hof oordeelde dat het beschermingsbewind gehandhaafd moet blijven vanwege het gebrek aan financieel overzicht en het belang van bescherming. Hoewel er sprake is van wantrouwen jegens de huidige bewindvoerder, ligt benoeming van een nieuwe bewindvoerder niet binnen deze procedure. De bestreden beschikking van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind wordt afgewezen en het bewind blijft gehandhaafd.