ECLI:NL:GHARL:2024:2228
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring en verhaalsaansprakelijkheid huwelijksvermogensregime
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland waarbij [appellante] failliet werd verklaard op verzoek van De Alliantie Woonfonds B.V. De rechtbank had geoordeeld dat summierlijk was gebleken van een opeisbare vordering en dat [appellante] was opgehouden te betalen.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of aan het pluraliteitsvereiste was voldaan, mede door de discussie over de verhaalsaansprakelijkheid van [appellante] voor een leningsovereenkomst tussen haar echtgenoot en Avéro. De Alliantie stelde dat [appellante] en haar echtgenoot in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd, waardoor zij aansprakelijk zou zijn. [Appellante] betwistte dit en stelde dat het Chinese recht van toepassing was, waarbij sprake was van beperkte gemeenschap van goederen.
Het hof oordeelde dat De Alliantie onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van algehele gemeenschap van goederen en dat het huwelijksvermogensregime door het Haags Huwelijksvermogensverdrag werd beheerst door Chinees recht. Hierdoor was niet summierlijk gebleken dat [appellante] verhaalsaansprakelijk was. Ook was niet gebleken van andere schuldeisers, waardoor het pluraliteitsvereiste niet was voldaan. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het faillissement vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring afgewezen.
De curatorkosten werden vastgesteld en ten laste gebracht van De Alliantie vanwege onvoldoende onderzoek naar steunvorderingen. Het subsidiaire verzoek tot toelating tot de WSNP bleef onbesproken.
Uitkomst: Het hof vernietigt het faillissement en wijst het verzoek tot faillietverklaring af wegens ontbreken van het pluraliteitsvereiste en onvoldoende bewijs van verhaalsaansprakelijkheid.