Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden ouders van twee minderjarige kinderen die gezamenlijk het gezag hadden. De rechtbank had eerder het verzoek van de vader om alleen het gezag te krijgen afgewezen. Later besloot de rechtbank in een beschikking het gezag aan de vader toe te kennen, maar het hof oordeelt dat deze beschikking niet in stand kan blijven omdat de rechtbank geen ambtshalve beslissing mocht nemen nadat al een gezagsbeslissing was gedaan.
De kinderen hadden een informeel verzoek ingediend om het gezag aan de vader toe te wijzen, maar het hof stelt dat dit niet mogelijk is zonder een verzoek van een ouder. De procedure is gebaseerd op artikel 1:251a lid 4 BW en artikel 1:253n BW, waarbij het hof verwijst naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Het hof benadrukt dat het gezag alleen gewijzigd kan worden op verzoek van een ouder en dat ambtshalve wijziging niet is toegestaan.
Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en laat een inhoudelijke beoordeling achterwege. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking waarbij het gezag eenhoofdig aan de vader werd toegekend wegens gebrek aan bevoegdheid tot ambtshalve beslissing.