Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[naam1],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [appellante] en [appellant] , bijgestaan door hun advocaat;
- de bewindvoerder en [naam5] , en
- [naam6] als informant.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak hebben appellanten verzocht om ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder. De kantonrechter wees dit verzoek af en het hof bevestigt deze beslissing.
De feiten betreffen het bewind over de goederen van appellanten, ingesteld in 2009 en 2011, met de huidige bewindvoerder als beheerder. Appellanten ervaren een moeizame samenwerking en weinig vertrouwen in de bewindvoerder, maar het hof oordeelt dat deze omstandigheden niet voldoende zijn voor ontslag. De moeizame relatie wordt vooral veroorzaakt door het gedrag van appellanten zelf, waaronder frequent contact en onredelijke verzoeken binnen een beperkt budget.
Het hof benadrukt dat het bewind naar behoren wordt uitgevoerd en dat de belangen van appellanten adequaat worden behartigd. Ook wijst het hof het standpunt af dat het bewind kan worden opgeheven na aflossing van schulden, aangezien de grondslag van het bewind de geestelijke en lichamelijke toestand van appellanten betreft, die onveranderd is.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, waarmee het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af wegens het ontbreken van gewichtige redenen.