ECLI:NL:GHARL:2023:985
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding bij telefonische hoorzitting in administratief beroep
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene tegen de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. De betrokkene stelde dat de kantonrechter ten onrechte een grond in het beroepschrift niet had meegenomen, namelijk dat de proceskostenvergoeding onjuist was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter deze grond had moeten beoordelen en vernietigde diens beslissing. Vervolgens werd de proceskostenvergoeding inhoudelijk beoordeeld. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat voor een telefonische hoorzitting een heel punt toegekend had moeten worden, in plaats van een half punt, en verwees naar eerdere jurisprudentie.
Het hof verwees naar een eerder arrest waarin is vastgesteld dat een telefonische hoorzitting niet gelijkstaat aan een fysieke hoorzitting en dat deelname aan een telefonische hoorzitting een beduidend lagere werkbelasting voor de rechtsbijstandverlener oplevert. Daarom is een halve punt voor vergoeding redelijk. De argumenten van de gemachtigde leidden niet tot een ander oordeel.
Het hof verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.