Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
dat de echtgenoten terzake van hun huwelijk huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt
dat zij met deze huwelijksvoorwaarden beoogden het privé-vermogen van de vrouw
dat zij het thans echter onbillijk vinden dat de vrouw niet meedeelt in de
In de verrekening worden ingeval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed niet betrokken datgene wat krachtens erfrecht of schenking wordt verkregen;
- [de minderjarige1] , [in ] 2000 en
- [de minderjarige2] , [in ] 1997.
4.De omvang van het geschil
- Land Rover met een waarde van € 13.950
- bromfiets met een waarde van € 612,50;
- de saldi van de bank/spaarrekeningen van de man van in totaal € 12.908;
- de pensioenaanspraken die vallen onder artikel 14 van Pro de huwelijkse voorwaarden.
- het appartement in [plaats4] (Marokko) met een nog te taxeren waarde;
- Audi met een waarde van € 22.300;
- de saldi van de bank/spaarrekeningen van de vrouw van in totaal € 13.052;
- de pensioenaanspraken die vallen onder artikel 14 van Pro de huwelijkse voorwaarden.
- de hypothecaire geldlening van partijen bij [de bank] ;
- de hypothecaire geldlening van partijen bij [naam4] ;
- de lening van de holding aan de man ter financiering van de
- de rekening-courant van de holding aan de man;
- de lening van de holding aan de vrouw ten behoeve van de
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep, en/of de grieven van de vrouw ongegrond te verklaren en/of af te wijzen;
- de beslissing onder 3.4.17 van de bestreden beschikking te wijzigen en primair te bepalen dat de man een vergoedingsrecht jegens de vrouw heeft ter hoogte van € 105.063,52 en dat de vrouw de man als gevolg hiervan een bedrag van € 105.063,52 dient te vergoeden, subsidiair te bepalen dat de man een vergoedingsrecht jegens de vrouw heeft ter hoogte van € 52.531,63 en dat de vrouw de man als gevolg hiervan een bedrag van € 52.531,63 dient te vergoeden;
- primair de beslissing onder 3.2 van de bestreden beschikking te vernietigen,
5.De motivering van de beslissing
f231.529,54/ € 105.063,52 uit de nalatenschap van zijn moeder heeft verkregen. Al die tijd hebben de gelden tot de vrije beschikking van de man gestaan. In beginsel zou het bedrag uit de nalatenschap daarom ingevolge artikel 16 lid 1 onder Pro a. van de gewijzigde huwelijkse voorwaarden buiten de (finale) verrekening dienen te blijven. Partijen hebben, volgens de eerste huwelijkse voorwaarden en de daarna gewijzigde huwelijkse voorwaarden en wat daartoe ter gelegenheid van de mondelinge behandeling door partijen is verklaard, bedoeld om een zo groot mogelijke toepassing aan een pseudogemeenschap te geven, maar hebben daarbij ook uitdrukkelijk in de gewijzigde huwelijkse voorwaarden van de verrekening uitgesloten wat op grond van erfrecht of schenking wordt verkregen. Dat de bepaling in de tegenwoordige tijd is geformuleerd, maakt niet dat een voor het huwelijk verkregen nalatenschap in de afrekening moet worden betrokken.