Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Midden-Nederland van 13 maart 2023, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie van €400 opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige kaart op 30 januari 2021 in Leerdam. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €310, conform een wijziging in de regelgeving per 1 maart 2022.
De betrokkene stelde dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden en dat de sanctie daarom met 25% verlaagd had moeten worden. Het gerechtshof stelde vast dat de redelijke termijn inderdaad was overschreden in eerste aanleg en matigde de sanctie dienovereenkomstig tot €232,50.
Verder oordeelde het hof dat de proceskosten die in de fase van overschrijding zijn gemaakt voor vergoeding in aanmerking komen, maar dat voor de in hoger beroep gemaakte proceskosten geen vergoeding wordt toegekend. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, de sanctie verlaagd en het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: Sanctie verminderd tot €232,50 wegens overschrijding redelijke termijn; proceskostenvergoeding in hoger beroep afgewezen.