ECLI:NL:GHARL:2023:9231
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- M.L. van der Bel
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medewerking medehuurderschap en betaling huurpenningen na beëindiging samenleving
Partijen woonden sinds 2012 samen in een huurwoning waarvan alleen appellant op de huurovereenkomst stond, vanwege toeslagen. Na het beëindigen van hun relatie woont geïntimeerde alleen in de woning. Appellant zegt de samenlevingsovereenkomst op en weigert medewerking aan medehuurderschap, terwijl geïntimeerde hierop aanspraak maakt op basis van de overeenkomst.
De voorzieningenrechter veroordeelde appellant tot medewerking aan het medehuurderschap en het hof bekrachtigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de afspraken in de samenlevingsovereenkomst, mede gebaseerd op de Haviltex-norm, een gelijke bescherming van partijen beogen ten aanzien van de huurwoning. De verhuurder weigert medewerking, maar dit doet niet af aan de verplichtingen van partijen jegens elkaar.
Het hof wijst de gewijzigde eis van appellant toe dat geïntimeerde de huurpenningen vanaf 1 juli 2023 aan haar moet betalen. De beslissing is voorlopig en laat ruimte voor een bodemprocedure over het definitieve huurderschap. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd door ieder partij de eigen kosten te laten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt geïntimeerde tot betaling van huurpenningen vanaf 1 juli 2023 en bevestigt de verplichting van appellant tot medewerking aan medehuurderschap.