Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
werkgever,
werknemer,
1.De procedure bij de kantonrechter
2.De procedure in hoger beroep
Waar gaat deze procedure over?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Werknemer, bedrijfsleider sinds 2011 bij werkgever, werd op 29 september 2022 op staande voet ontslagen wegens vermeende kasverschillen, seksueel misbruik, voorraadoverschrijding, onregelmatigheden in kasbeheer en onreglementair leidinggeven. De kantonrechter oordeelde dat geen dringende reden voor ontslag bestond en kende werknemer gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding toe.
Werkgever ging in hoger beroep tegen deze beslissing, terwijl werknemer incidenteel hoger beroep instelde tegen de hoogte van de billijke vergoeding en vorderde betaling van werkelijke advocaatkosten. Het hof oordeelde dat de ontslaggronden onvoldoende waren onderbouwd en dat het ontslag onterecht was. De cao-loon van een bedrijfsleider werd als uitgangspunt genomen voor de vergoedingen.
De billijke vergoeding werd gehandhaafd op €30.000 vanwege ernstig verwijtbaar handelen van werkgever, mede door diffamerende ontslaggronden zonder bewijs. Verzoek tot verhoging van de billijke vergoeding en vergoeding van werkelijke advocaatkosten werd afgewezen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen werden veroordeeld in hun respectievelijke proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt verworpen en werknemer ontvangt gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en een billijke vergoeding van €30.000.