Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de voormalig bewindvoerder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van een voormalig bewindvoerder centraal die het bewind voerde over de goederen van een cliënt met hersenletsel. De kantonrechter had haar veroordeeld tot betaling van ruim € 102.000 schadevergoeding, maar het hof heeft deze beschikking vernietigd en het schadebedrag vastgesteld op € 68.181,29.
De procedure betrof een hoger beroep tegen de beschikking van 15 december 2022 van de kantonrechter. De voormalig bewindvoerder voerde onder meer aan dat zij niet behoorlijk was opgeroepen en dat zij niet aansprakelijk was voor de toegenomen schuldenlast van de cliënt. Het hof stelde echter vast dat zij tekort was geschoten in haar verplichtingen, zoals het opmaken van een beschrijving van de goederen en het jaarlijks afleggen van rekening en verantwoording.
De toename van de schuldenlast van de cliënt, ondanks een letselschade-uitkering van bijna € 42.000, kon niet worden verantwoord door de voormalig bewindvoerder. Het hof oordeelde dat zij onvoldoende weerstand bood tegen onrechtmatige uitgaven en daardoor schade veroorzaakte. Een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Het hof veroordeelde de voormalig bewindvoerder tot betaling van de vastgestelde schade, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van de proceskosten van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep.
Uitkomst: De voormalig bewindvoerder is veroordeeld tot betaling van € 68.181,29 schadevergoeding wegens tekortschieten in haar taak als bewindvoerder.