De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling door het gebruik van pepperspray tegen het slachtoffer op 8 oktober 2017. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Het hof stelde vast dat de verdachte het slachtoffer met pepperspray in het gezicht heeft gespoten, waardoor het slachtoffer pijn heeft ondervonden. Er was echter geen sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op het moment van het gebruik van pepperspray, zodat het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen. De situatie was al gescheiden door tussenkomst van getuigen en partijen waren uit elkaar gegaan.
Gezien de eenvoudige aard van het delict, het blanco strafblad van de verdachte en een forse overschrijding van de redelijke termijn van bijna drie jaar, besloot het gerechtshof geen straf of maatregel op te leggen. De verstoorde burenrelatie en de impact van het incident werden meegewogen, evenals het feit dat sindsdien geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden.