Op 2 april 2019 vond een gewapende overval plaats op een Blokker-filiaal waarbij twee jongens onder bedreiging met een vuurwapen en een klauwhamer winkelmedewerkers dwongen geld af te geven. Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden jeugddetentie wegens medeplegen afpersing. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis vanwege onvoldoende bewijs.
Het hof onderzocht het dossier met onder meer camerabeelden, telefoongegevens en getuigenverklaringen. Hoewel er aanwijzingen waren die een vermoeden van betrokkenheid van verdachte rechtvaardigden, ontbrak een directe koppeling die het bewijs wettig en overtuigend maakte. De optelsom van aanwijzingen was onvoldoende om zonder redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte een van de daders was.
De verdediging voerde aan dat de belastende aanwijzingen weinig bewijswaarde hadden en dat het gestorte geld niet overeenkwam met de buit. Het hof oordeelde dat verdachte niet schuldig kon worden verklaard en sprak hem vrij. De schadevordering van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de aansprakelijkheid niet was vastgesteld.