Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden],
1.De verdere procedure bij het hof
Waar gaat deze zaak over?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze zaak betreft een geschil over de ontbinding van een aannemingsovereenkomst tussen appellant, een eenmanszaak, en geïntimeerden, opdrachtgevers van een woningbouwproject. Appellant had een koopoptie op een bouwkavel en sloot met geïntimeerden een aannemingsovereenkomst voor een woning met een vaste aanneemsom van €280.000. Na aanvang van de bouw ontstond onenigheid over de kwaliteit van het werk en betaling van facturen, waarna appellant de werkzaamheden staakte en de overeenkomst ontbond.
De rechtbank wees de vorderingen van geïntimeerden grotendeels toe en wees die van appellant af. In hoger beroep betwist appellant onder meer het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:766 BW Pro, de rechtmatigheid van de ontbinding en de berekening van de schadevergoeding. Het hof oordeelt dat het schriftelijkheidsvereiste van toepassing is en dat de ontbinding door appellant niet gerechtvaardigd was. De schadevergoeding wordt berekend op basis van de vaste aanneemsom en de kosten voor herstel en voltooiing.
Het hof wijst de schadevergoeding toe aan geïntimeerden, inclusief kosten voor extra hypotheek en bouwplaatskosten, alsmede buitengerechtelijke incassokosten. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen, het incidenteel hoger beroep van geïntimeerden deels toegewezen. Appellant wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, incassokosten en proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en incassokosten aan geïntimeerden wegens onterechte ontbinding van de aannemingsovereenkomst.