ECLI:NL:GHARL:2023:579
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening in bestuursstrafzaak
De betrokkene, als kentekenhouder, stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter inzake een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het beroep werd niet tijdig ingediend, aangezien de beroepstermijn van zes weken was verstreken toen het beroepschrift werd ingediend.
De betrokkene voerde aan dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding omdat de feitelijke bestuurder pas na het verstrijken van de termijn werd geïnformeerd. Tevens werd aangevoerd dat het CJIB een nieuwe beschikking zou sturen, waarmee een nieuwe beroepstermijn zou starten, maar deze werd niet ontvangen.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. De inleidende beschikking was terecht aan de kentekenhouder gestuurd, die verantwoordelijk is voor tijdige indiening van beroep. Vertrouwen op mededelingen van het CJIB kan niet leiden tot een nieuwe beroepstermijn. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.