Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:2701

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
21-002964-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing hof over onderzoeksverzoeken verdediging in hoger beroep strafzaak Karlsbad

In de strafzaak Karlsbad heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 maart 2023 een tussenarrest gewezen naar aanleiding van het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 15 juni 2021.

De verdediging had twee onderzoeksverzoeken ingediend: het horen van een getuige en het toevoegen van een verbatim uitwerking van een specifiek tijdvak van het getuigenverhoor aan het dossier. De advocaat-generaal maakte hier geen bezwaar tegen.

Het hof beoordeelde de verzoeken aan de hand van het criterium van het verdedigingsbelang en concludeerde dat dit voldoende was aangetoond. Daarom werden de verzoeken toegewezen, het onderzoek heropend en de stukken aan de raadsheer-commissaris overgedragen voor het horen van de getuige.

De zaak zal worden hervat op een nog nader te bepalen datum, waarbij de verdachte tijdig zal worden opgeroepen. Dit arrest betreft een procedurele beslissing en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaak zelf.

Uitkomst: Het hof wijst de onderzoeksverzoeken van de verdediging toe en heropent het onderzoek in hoger beroep.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002964-21
Uitspraak d.d.: 28 maart 2023
TEGENSPRAAK
Tussenarrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 15 juni 2021 met parketnummer 08-952676-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1995,
wonende te [plaats] , [adres] .

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 maart 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Van de zijde van de verdediging zijn op 9 februari 2023 schriftelijke onderzoekswensen bij het hof ingediend.
Van de zijde van het openbaar ministerie heeft het hof op 21 februari 2023 een reactie op de onderzoekswensen van de verdediging ontvangen.
Het hof heeft kennis genomen van de onderzoekswensen en de reactie daarop.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door de raadsman, mr. R. Schreudering, en de advocaat-generaal ter terechtzitting naar voren is gebracht.

Onderzoekswensen

Door de raadsman zijn twee onderzoekswensen geformuleerd die op de regiezitting van 14 maart 2023 nader zijn toegelicht. De verdediging heeft verzocht om [getuige] (hierna: [getuige] ) als getuige te (doen) horen. Voorts heeft de verdediging verzocht om een verbatim uitwerking van het verhoor van [getuige] op 4 november 2019 voor wat betreft het tijdvak van 3.13 uur tot 3.24 uur en deze toe te voegen aan het dossier.
De advocaat-generaal heeft geen bezwaar tegen voornoemde verzoeken.
Oordeel van het hof
Het hof stelt voorop dat de verzoeken aan de hand van het criterium van het verdedigingsbelang dienen te worden beoordeeld. Het hof wijst beide verzoeken toe, nu het verdedigingsbelang voldoende is gebleken.

BESLISSING

Het hof:
Heropent het onderzoek.
Wijst toe de door de verdediging gedane verzoeken.
Stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof teneinde als getuige te horen:
- [getuige] , geboren op [geboortedatum 2] 1993 te [geboorteplaats 2] ( [land] ).
Verzoekt de advocaat-generaal zorg te dragen voor een verbatim uitwerking van het verhoor van [getuige] op 4 november 2019 met betrekking tot voornoemd tijdvak zoals hiervoor omschreven.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte.
Aldus gewezen door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. A.H. Garos en mr. D. Visser, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.E. Schoenmakers, griffier,
en op 28 maart 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.