Uitspraak
[veroordeelde] ,
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Vordering van het openbaar ministerie
Het vonnis waarvan beroep
Beoordeling
zou…kunnen rechtvaardigen”.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De veroordeelde is in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van witwassen en valsheid in geschrift. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim 11 miljoen euro, maar de rechtbank stelde dit bedrag vast op circa 295.000 euro. Zowel veroordeelde als het OM gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het hof heeft diverse rapporten en stukken bestudeerd, waaronder financiële rapporten en verklaringen van veroordeelde. Hoewel vaststaat dat veroordeelde een onmisbare rol speelde bij het plegen van strafbare feiten, is onduidelijk in welke mate hij persoonlijk voordeel heeft behaald. De toegepaste verdelingsmethode van het voordeel tussen veroordeelde en medeverdachte is te grof en houdt onvoldoende rekening met hun verschillende rollen.
Het hof overweegt dat witwashandelingen op zichzelf niet leiden tot vermogensvermeerdering en dat geen bewijs is geleverd dat veroordeelde een beloning ontving of dat de opbrengsten zijn toegenomen. De bedragen op rekeningen en de aankoop van onroerend goed kunnen niet overtuigend worden toegeschreven aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook ontbrak een strafrechtelijk financieel onderzoek, waardoor ontneming op die grond niet mogelijk is.
Gezien het ontbreken van sluitend bewijs wijst het hof de vordering tot ontneming af en vernietigt het de eerdere uitspraak. Het hof oordeelt dat nader onderzoek niet meer opportuun is vanwege het tijdsverloop.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.