Uitspraak
1.[geïntimeerde1]
[geïntimeerde2]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen broers over de legitieme portie van de onterfde broer in de nalatenschap van hun moeder, die in haar testament de onterfde broer uitsloot en de andere broers benoemde tot erfgenamen en executeurs. De moeder heeft in december 2006 twee grote bedragen (€10.000 en €450.000) opgenomen van haar effectenrekening, waarvan onduidelijk is wat er mee is gebeurd.
De onterfde broer vordert betaling van zijn legitieme portie en informatie over de nalatenschap, terwijl de andere broers de vorderingen afwijzen en conservatoire beslagen willen opheffen. De rechtbank wees de vorderingen af, waarna hoger beroep werd ingesteld.
Het hof constateert dat nog niet alle feiten zijn opgehelderd, met name wat er is gebeurd met de opgenomen bedragen. Er zijn getuigen gehoord, waaronder de accountant en de broers, maar belangrijke getuigen zoals bankmedewerkers en een financieel adviseur zijn nog niet gehoord. Het hof beveelt daarom een aanvullend getuigenverhoor en houdt verdere beslissingen aan, waarbij het bewijsaanbod van de appellant als voldoende specifiek wordt beoordeeld.
Uitkomst: Het hof beveelt een aanvullend getuigenverhoor over de bestemming van de opgenomen bedragen en houdt verdere beslissingen aan.