ECLI:NL:GHARL:2023:1712

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
28 februari 2023
Zaaknummer
Wahv 200.310.416
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 WahvArt. 3 Politiewet 2012Art. 159 Wegenverkeerswet 1994Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor overtreding geslotenverklaring ondanks betwisting bewijs en privacyklacht

De betrokkene werd door de kantonrechter veroordeeld tot een boete van €140 wegens het negeren van een geslotenverklaring op de Dr. Deelenlaan in Tilburg op 22 januari 2019. De betrokkene stelde dat de kantonrechter onvoldoende bewijs had onderzocht, met name dat er geen foto of video was overgelegd die de overtreding bevestigde. Tevens stelde hij dat de politie onrechtmatig gebruik had gemaakt van persoonsgegevens in strijd met de AVG.

Het hof oordeelt dat een foto of video niet noodzakelijk is om de overtreding vast te stellen en dat de verklaring van de ambtenaar voldoende bewijs vormt. De betwisting van de betrokkene is onvoldoende onderbouwd om twijfel te zaaien over de juistheid van de gegevens. Daarnaast is vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden vanwege drukte, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder is opgelegd.

Ten aanzien van de privacyklacht stelt het hof dat artikel 3 van Pro de Politiewet 2012 een toereikende wettelijke grondslag biedt voor het gebruik en de verwerking van persoonsgegevens door politieambtenaren in het kader van hun controletaak en handhaving van de rechtsorde. De beslissing van de kantonrechter wordt daarom bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140 voor het negeren van de geslotenverklaring en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.310.416/01
CJIB-nummer
: 223008869
Uitspraak d.d.
: 28 februari 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 23 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “Handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 januari 2019 om 15:19 uur op de Dr. Deelenlaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene betwist de gedraging en voert aan dat de kantonrechter geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven op zijn ingediende stukken. De betrokkene heeft namelijk verzocht om bewijs in de vorm van een foto of een video dat met het voertuig van de betrokkene de gedraging is verricht. De kantonrechter heeft uitspraak gedaan zonder uitputtend onderzoek te hebben gedaan. Voorts heeft de ambtenaar geen beschikking verstrekt en is zijn verklaring in het aanvullend proces-verbaal ongeloofwaardig zonder aanvullend bewijs. Tot slot heeft de ambtenaar doelbewust de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) geschonden door gebruik te maken van RDWgegevens.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. In dit zaakoverzicht staat - zakelijk weergegeven - onder meer dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat de weg door de bestuurder van het voertuig van de betrokkene werd gebruikt terwijl deze in beide richtingen gesloten was, zoals dat ter plaatse aangeduid was middels een bord C1.
5. In het dossier bevindt zich onder meer een aanvullend proces-verbaal, waarin de ambtenaar het volgende verklaart:
“De gedraging vond plaats op de Dr Deelenlaan in Tilburg. De geslotenverklaring middels bord C1 bevindt zich voor de brug aldaar en geldt in beide richtingen. (…)
Ik bevond mij samen met verbalisant (…) in een onopvallend dienstvoertuig op de hoek Kraaivenstraat met de Goirkekanaaldijk in Tilburg. Wij hadden zicht op de brug. (…).
Het gebeurt met grote regelmaat dat men hier de geslotenverklaring negeert om files te ontwijken die ontstaan op de Midden-Brabantweg in Tilburg. Dit was ook het geval op deze dag. Vanwege de drukte en vele overtredingen, houden wij niet elk voertuig staande. (…)”
6. Het is vaste rechtspraak van het hof dat een foto of video in een geval als het onderhavige niet noodzakelijk is om de gedraging te kunnen vaststellen. Geen rechtsregel verplicht de kantonrechter om dergelijke informatie op te vragen. De vaststelling dat een gedraging is verricht kan (ook) worden gebaseerd op de gegevens in het zaakoverzicht. De klacht van de betrokkene faalt dan ook op dit punt.
7. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat hij heeft gezien dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene de weg gebruikte terwijl deze in beide richtingen gesloten was. De enkele niet nader onderbouwde stelling van de betrokkene dat hij de verweten gedraging niet heeft verricht is daartoe onvoldoende. Nu het dossier evenmin aanwijzingen bevat die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Het hof begrijpt de klacht van de betrokkene aldus dat onvoldoende is komen vast te staan dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan.
9. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
10. Uit de verklaring van de ambtenaar moet worden afgeleid dat het ten tijde van het uitvoeren van de controle zodanig druk was dat hij niet iedereen die een gedraging verrichtte heeft kunnen staande houden. Dit vormt voldoende grond voor de conclusie dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding van de bestuurder. De sanctie is derhalve terecht met toepassing van het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
11. In tegenstelling tot hetgeen de betrokkene meent, is het hof van oordeel dat in artikel 3 van Pro de Politiewet 2012 een toereikende wettelijke grondslag aanwezig is voor het vastleggen van de persoonsgegevens met betrekking tot de kentekenhouder van het voertuig. Het gebruik en de verwerking van de persoonsgegevens is in dit geval gebaseerd op de algemene controletaak van de politie, zoals geformuleerd in artikel 3 van Pro de Politiewet 2012, de handhaving van de rechtsorde, en op artikel 159 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens laatstgenoemde wet door, met name, politie- en buitengewone opsporingsambtenaren (zie het arrest van het hof van 25 juli 2019, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2019:6129).
12. Nu de aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Broere als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.