Het hof is van oordeel dat de man zijn stelling dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden die maakt dat hij onvoldoende inkomen en draagkracht heeft om de eerder vastgestelde kinderalimentatie te betalen zodat wijziging van de kinderalimentatie gerechtvaardigd is – tegenover de gemotiveerde weerspreking door de vrouw – onvoldoende heeft onderbouwd. De onderbouwing door de man van zijn stellingen, voor zover daarvan al sprake is, roept bij het hof zoveel vragen op, dat het hof twijfelt aan de juistheid van de verklaringen die de man op de zitting bij het hof heeft gegeven.
In het journaalbericht van 6 januari 2023 van mr. Kanning is gesteld dat de man dakloos is. De man heeft echter tijdens de mondelinge behandeling geen duidelijk antwoord gegeven op de vragen van het hof over zijn huidige verblijfplaats. Hij heeft in dit verband slechts aangegeven dat hij daags voor de zitting is teruggekeerd uit Marokko.
Ook over (de betaling van) de huur van de woning op het adres [adres] te [plaats1] , waar de man ingeschreven heeft gestaan en waar het bedrijf van de vader van de man nog steeds is ingeschreven, is hij vaag gebleven.
De man heeft verder aangegeven dat (mede) door de coronamaatregelen zijn werk is weggevallen. Volgens de man heeft hij geprobeerd weer werk te vinden en heeft hij gesolliciteerd, maar deze stelling is door de man niet met stukken onderbouwd. Waarom het hem niet is gelukt om een andere baan te vinden terwijl hij elektricien is, is voor het hof niet duidelijk geworden. De man heeft in dit verband verklaard dat hij last heeft van concentratieproblemen en dat hij bij drie GGZ-instellingen is geweest, maar dat hij niet meer weet welke instellingen dat waren. Volgens de man is hij steeds verder in de schulden gekomen en is dit één van de redenen dat hij niet meer werkt. De man heeft gesteld dat hij een schuldenlast heeft van ongeveer € 43.000,- (waarvan € 15.000,- achterstallige kinderalimentatie en voor de rest belastingschulden, verzekeringspremies en verkeersboetes), maar hij heeft hiervan geen bewijzen overgelegd. In het licht van deze forse schulden kan het hof de vlucht van de man naar Marokko, die hij, zoals hij ter zitting bij het hof heeft verklaard, heeft betaald met de opbrengst van de verkoop van een auto, niet plaatsen.
Met betrekking tot de stelling van de man dat hij is aangewezen op een daklozenuitkering overweegt het hof als volgt. Ook met de informatie die hij hierover heeft overgelegd, heeft de man niet voldoende aangetoond dat een wijziging van de kinderalimentatie gerechtvaardigd is. De antwoorden van de man op de vragen van het hof over de daklozenuitkering leiden ertoe dat het hof eraan twijfelt of de man op goede gronden een daklozenuitkering is toegekend. Het hof overweegt verder dat ook al zou de man terecht een daklozenuitkering ontvangen, dat gegeven alleen voor het hof nog niet voldoende is om aan te nemen dat de man, zoals hij zelf heeft verklaard, ook niet in staat is meer inkomen te verwerven dan de daklozenuitkering.
Het hof concludeert dan ook dat daar waar het op de weg van de man lag om zijn – door de vrouw weersproken – stellingen nader te onderbouwen, hij hierin niet is geslaagd.