Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2023:10448

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 december 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
Wahv 200.327.424
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 WahvArt. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens rijden via camerasysteem

De betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €250 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 29 januari 2021 in Rotterdam. Deze gedraging werd vastgesteld via een camerasysteem, waarbij drie foto's het vasthouden van een voorwerp met de kenmerken van een mobiele telefoon toonden.

De gemachtigde voerde aan dat de foto's onvoldoende bewijs boden en dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat er een reële mogelijkheid tot staandehouding zou zijn geweest. Het hof oordeelde echter dat de constatering via het camerasysteem plaatsvond en dat er geen mogelijkheid was tot staandehouding, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd.

Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van berechting en matigde daarom het sanctiebedrag met 25 procent tot €187,50. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €837 toegekend aan de betrokkene. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep van de betrokkene gegrond verklaard.

Uitkomst: Sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden gematigd tot €187,50 en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.424/01
CJIB-nummer
: 239233235
Uitspraak d.d.
: 8 december 2023
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 8 mei 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 januari 2021 om 15:52 uur op de Vondelingenweg, hectometerpaal 9.5 rechts, in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de foto van de gedraging zwart is en de gedraging op basis hiervan niet kan worden vastgesteld. Daarnaast voert de gemachtigde aan dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd. De verklaring dat van staandehouding is afgezien vanwege ‘constatering middels camerasysteem’ is in zijn algemeenheid onvoldoende om af te zien van een staandehouding.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag met een camerasysteem op basis van drie beelden dat de bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthield. Ik heb daarbij duidelijk en onbelemmerd in het voertuig kunnen kijken. Doordat de overtreding met een camerasysteem is geconstateerd, bestond er geen mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. Daarom is er op kenteken bekeurd.”
5. Het dossier bevat drie foto’s van de gedraging. Via de voorruit is gefotografeerd. De bestuurder houdt een donker voorwerp vast in zijn rechterhand ter hoogte van het stuur.
6. Het vastgehouden voorwerp op de foto’s heeft de uiterlijke kenmerken en de omvang van een mobiele telefoon. Verder houdt de bestuurder het voorwerp vast op een manier die past bij het vasthouden van een mobiele telefoon. De ambtenaar heeft dan ook terecht geconstateerd dat de bestuurder rijdend een mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. Uit het zaakoverzicht volgt dat de ambtenaar niet ter plaatse was ten tijde van de gedraging. De gedraging is vastgesteld met behulp van een camerasysteem. De foto’s zijn later beoordeeld. Gelet hierop was er geen mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder. De sanctie is terecht aan de kentekenhouder opgelegd. De grond treft geen doel.
9. Het hof stelt vast dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg is overschreden. De inleidende beschikking is op 11 februari 2021 verzonden en de kantonrechter heeft eerst op 8 mei 2023 op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beslist. Gelet hierop zal het hof het bedrag van de sanctie matigen met 25 procent (vgl. het arrest van het hof van 28 juli 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
10. Gelet op het voorgaande zal het hof beslissen als hierna vermeld.
11. De proceskosten gemaakt in de fase waarin de redelijke termijn van berechting is overschreden komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. ov. 26 van voormeld arrest van het hof van 28 juli 2023). Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting van de kantonrechter dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 837,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het sanctiebedrag wordt vastgesteld op € 187,50;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.