Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure
- de vader;
- de advocaat van de moeder, en
- een vertegenwoordiger van de raad.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind dat sinds 2019 met de moeder in het buitenland verblijft zonder dat de vader op de hoogte is van het adres. De vader heeft sinds het vertrek geen contact meer met het kind of de moeder gehad. De gecertificeerde instelling (GI) is niet in staat haar taak uit te voeren vanwege het onbekende verblijfadres.
Het hof stelt zich bevoegd omdat het kind in Nederland is geboren, er een Nederlandse gezagsrechterlijke band is, en het kind en ouders de Nederlandse nationaliteit hebben. Het hof vernietigt de eerdere beschikking van de kinderrechter die zich onbevoegd had verklaard. De GI heeft contact met de Centrale Autoriteit en ontvangt summiere informatie over het kind, dat momenteel in Israël verblijft.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling niet verlengd kan worden omdat de GI haar taak niet kan uitvoeren zolang de verblijfplaats onbekend blijft. Het verzoek van de vader wordt afgewezen. Daarnaast wijst het hof het aanvullende verzoek van de vader af om te verklaren dat de kinderrechter onrechtmatig heeft gehandeld, omdat de Staat geen partij is in deze procedure.
Het hof benadrukt dat het belang van het kind en het contact met de vader centraal staan en dat er een mogelijkheid is voor digitaal contact. Het hof acht het waarschijnlijk dat het kind binnen afzienbare tijd terugkeert naar Nederland, mede vanwege een eerdere beschikking van een ander gerechtshof die de moeder tot terugkeer heeft bevolen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de GI haar taak niet kan uitvoeren door het verblijf van het kind in het buitenland.