ECLI:NL:GHARL:2022:9691
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- M. Keppels
- A. van Maanen
- C.H. Zuur
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot afpersing en medeplichtigheid bij bitcoinadresverstrekking
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot afpersing in vereniging, medeplichtigheid daaraan, en medeplegen van poging tot opzet- dan wel schuldheling door het regelen en verstrekken van een bitcoinadres. De rechtbank had verdachte integraal vrijgesproken. De officier van justitie stelde hoger beroep in.
Het hof onderzocht WhatsApp-berichten en zendmastgegevens om te bepalen of verdachte het bitcoinadres had verstrekt aan een medeverdachte en of hij wist dat dit voor afpersing werd gebruikt. Hoewel communicatie aanwijzingen gaf over het regelen van een bitcoinadres, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat verdachte het adres daadwerkelijk had verstrekt of dat hij wist van de afpersingspraktijken.
De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was voor het verstrekken van het bitcoinadres en het ontbreken van opzet. Het hof volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd opnieuw berecht, waarbij de vrijspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het bitcoinadres verstrekte met kennis van afpersingsdoeleinden.