De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd wegens het doorrijden bij rood licht op 1 juni 2020 op de N203 Provincialeweg in Zaandijk. De gedraging werd vastgesteld met behulp van een flitspaal. De gemachtigde voerde aan dat de ingestelde geeltijd van het verkeerslicht korter was dan de minimumvoorschriften van CROW, waardoor de betrokkene niet op verantwoorde wijze kon stoppen en de sanctie onterecht was.
Het hof analyseerde het beleidskader flitspalen 2021 en concludeerde dat dit beleidskader niet geldt als beleidsregel in de zin van artikel 3, derde lid, Wahv voor ambtenaren die sancties opleggen. Tevens is het beleidskader gericht op wegbeheerders en politie, niet op de ambtenaren die administratieve sancties opleggen. Het hof achtte de geeltijd van 2,9 seconden voldoende en vond geen reden om aan te nemen dat de betrokkene de gedraging niet kon worden verweten.
De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Het hof benadrukt dat een bestuurder geacht wordt te anticiperen op verkeerslichten en zijn snelheid aan te passen om tijdig te kunnen stoppen bij geel licht volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.