ECLI:NL:GHARL:2022:8971

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
200.313.018/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 RvArt. 250 lid 2 RvArt. 353 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afstand van instantie in hoger beroep civiele zaak over proceskostenveroordeling

In deze civiele zaak heeft Den2 Onroerend Goed B.V. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de rolzitting heeft Den2 geen grieven ingediend en vervolgens expliciet afstand van de instantie gedaan. Het hof heeft geïntimeerde de gelegenheid gegeven om incidenteel appel in te stellen, maar zij heeft hiervan afgezien.

Het hof heeft vastgesteld dat Den2 met het indienen van een H16-formulier en het overleggen van de vereiste bijzondere volmacht op grond van artikel 250 lid 2 Rv Pro rechtsgeldig afstand heeft gedaan van de instantie. Hierdoor wordt de procedure in hoger beroep niet voortgezet.

Op grond van artikel 249 lid 2 juncto Pro artikel 353 Rv Pro is Den2 verplicht om de proceskosten van geïntimeerde te vergoeden. De kosten aan de zijde van geïntimeerde worden vastgesteld op €343 aan griffierecht en €557 aan salaris van de advocaat. Het arrest is op 18 oktober 2022 door het hof uitgesproken.

Uitkomst: Hoger beroep wordt niet voortgezet wegens afstand van instantie en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.313.018/01
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 538770)
arrest van 18 oktober 2022
in de zaak van
Den2 Onroerend Goed B.V.,
gevestigd te Hilversum,
appellante,
bij de rechtbank: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,
hierna:
Den2,
advocaat: mr. C.J. van der Have, die kantoor houdt te 's-Gravenhage,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,
hierna:
[geïntimeerde],
advocaat: mr. M.R. Koppe, die kantoor houdt te Hilversum.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 24 mei 2022 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad (hierna: de voorzieningenrechter), heeft gewezen.

2.Het verloop van de procedure in hoger beroep

2.1
Met een exploot van 21 juni 2022 heeft Den2 [geïntimeerde] aangezegd in hoger beroep te komen van het vonnis van 24 mei 2022, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.
2.2
De zaak is na aanbrengen verwezen naar de rolzitting van 23 augustus 2022 voor het nemen van de memorie van grieven. Den2 heeft op die datum niet van grieven gediend, waardoor de zaak met peremptoirstelling is aangehouden tot 6 september 2022. Op deze datum heeft Den2 wederom niet van grieven gediend, maar aan het hof en [geïntimeerde] te kennen gegeven afstand van instantie te doen.
2.3
Vervolgens heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten of zij alsnog incidenteel appel wenst in te stellen. [geïntimeerde] heeft hiervan afgezien en verzocht Den2 te veroordelen in de kosten van het hoger beroep.
2.4
Het hof heeft arrest bepaald op het griffiedossier.

3.De beoordeling

3.1
Den2 heeft in hoger beroep met een H16-formulier laten weten afstand van instantie te doen. Nu daarbij de bijzondere volmacht in het geding is gebracht die in dit geval op grond van het bepaalde in artikel 250 lid 2 Rv Pro is vereist en [geïntimeerde] de mededeling van Den2 ook heeft opgevat als een afstand doen van instantie, zal ook het hof dat doen en het genoemde formulier aanmerken als de in dit artikel voorgeschreven akte.
3.2
Het voorgaande brengt dit mee dat de procedure in hoger beroep niet wordt voortgezet en dat Den2 op grond van artikel 249 lid 2 jo Pro. 353 Rv verplicht is de proceskosten van [geïntimeerde] te vergoeden.
3.3
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op € 343,- aan griffierecht en € 557,- aan salaris van de advocaat (½ punt van tarief II).

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verstaat dat Den2 afstand heeft gedaan van de instantie, aangevangen met het exploot van dagvaarding van 21 juni 2022;
veroordeelt Den2 in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 343,- aan verschotten en op € 557,- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
18 oktober 2022.