Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:8969

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
19 oktober 2022
Zaaknummer
200.309.165/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 133 lid 4 RvArt. 353 RvArt. 225 RvArt. 1.8 LprArt. 2.16 Lpr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erfgenamen niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens niet-indienen memorie van grieven

De procedure betreft hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Overijssel. Appellante stelde hoger beroep in, maar overleed op 27 april 2022. Haar erfgenamen namen de procedure over, maar dienden geen memorie van grieven in binnen de gestelde termijnen.

Het hof verleende uitstel tot 2 augustus 2022, maar ook toen werd geen memorie van grieven ingediend. Op die datum berichtte de advocaat dat de erfgenamen de procedure overnamen, met een notariële verklaring van erfrecht. Het hof stelde vast dat het recht op het nemen van de memorie van grieven was vervallen omdat geen proceshandeling binnen de termijn was verricht en geen uitstel was verkregen.

Geïntimeerde maakte geen bezwaar tegen de overname van de procedure door de erfgenamen en zag af van incidenteel appel. Het hof oordeelde dat de erfgenamen niet-ontvankelijk zijn in het hoger beroep en veroordeelde hen in de kosten van de procedure aan de zijde van geïntimeerde.

Uitkomst: De erfgenamen worden niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van de memorie van grieven binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.309.165/01
(zaaknummer rechtbank Overijssel 266991)
arrest van 18 oktober 2022
in de zaak van

1.[appellante1] ,

2. [appellante2],
als erfgenamen van wijlen [erflaatster],
laatstelijk gewoond hebbende te [plaats1] ,
appellanten,
bij de rechtbank: eiseres,
hierna:
de erfgenamen,
advocaat: mr. M.J.H. Mühlstaff, die kantoor houdt te Deventer,
tegen
[geïntimeerde1],
wonende te [plaats1] ,
geïntimeerde,
bij de rechtbank: gedaagde,
hierna:
[geïntimeerde1],
advocaat: mr. J.B. Maliepaard, die kantoor houdt te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank

Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 18 augustus 2021 en 22 december 2021 (hersteld bij vonnis van
2 februari 2022) die de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft gewezen.

2.Het verloop van de procedure in hoger beroep

2.1
Bij exploot van 18 maart 2022 is door [erflaatster] hoger beroep ingesteld van deze vonnissen met dagvaarding van [geïntimeerde1] tegen de zitting van 24 mei 2022. Op die datum is aan [erflaatster] een uitstel verleend tot 5 juli 2022 voor het nemen van de memorie van grieven.
2.2
Op laatstgenoemde datum heeft [erflaatster] de memorie van grieven niet genomen. Het hof heeft haar conform artikel 2.16 en 2.17 van het Landelijk procesreglement (Lpr) hiervoor een laatste uitstel verleend tot 2 augustus 2022.
2.3
Op de rol van 2 augustus 2022 heeft [erflaatster] evenmin een memorie van grieven genomen. Wel heeft mr. Mühlstaff op deze datum in een H16-formulier het hof bericht dat [erflaatster] is overleden en dat haar erfgenamen de procedure overnemen. Hij heeft daartoe een notariële verklaring van erfrecht overgelegd. Volgens deze verklaring is [erflaatster] op 27 april 2022 overleden.
2.4
De rolraadsheer heeft op 2 augustus 2022 bepaald dat het recht op het nemen van de memorie van grieven is vervallen (waarbij is aangetekend dat Akte niet dienen is verleend).
2.5
Vervolgens heeft het hof [geïntimeerde1] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de overname van de procedure door de erfgenamen. [geïntimeerde1] heeft op de rol van 23 augustus 2022 te kennen gegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. Ook heeft zij aangegeven af te zien van het instellen van incidenteel appel.
2.6
[geïntimeerde1] heeft op de rol van 20 september 2022 de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

3.De beoordeling

3.1
In artikel 133 lid 4 Rv Pro is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel kan worden verkregen, het recht vervalt om de proceshandeling te verrichten. Op grond van artikel 353 Rv Pro is deze bepaling ook in hoger beroep van toepassing. In artikel 1.8 Lpr is bepaald dat de termijnen ambtshalve worden gehandhaafd, tenzij uit dit reglement anders voortvloeit.
3.2
Vast staat dat [erflaatster] noch de erfgenamen een memorie van grieven hebben ingediend tegen de vonnissen waarvan beroep. Evenmin heeft mr. Mühlstaff op grond van artikel 225 Rv Pro de schorsing van het geding ingeroepen of, nu de zaak reeds ambtshalve peremptoir stond, nader (gemotiveerd) uitstel gevraagd voor het indienen van de grieven. Ook is niet gesteld dat er op onjuiste gronden akte niet dienen is verleend. Dit is het hof ook overigens niet gebleken.
3.3
Nu de erfgenamen geen grieven hebben ontwikkeld tegen de bestreden vonnissen en niet is gebleken dat deze vonnissen in strijd zijn met rechtsregels van openbare orde, zullen de erfgenamen niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. Het hof zal hen veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde1] (½ punt, tarief II).

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart de erfgenamen niet-ontvankelijk in hun hoger beroep;
veroordeelt de erfgenamen in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde1] begroot op € 343,- aan verschotten en € 557,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, J. Smit en P.S. Bakker en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
18 oktober 2022.