Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling en kinderalimentatie voor hun minderjarige kind, geboren in 2019. De rechtbank Gelderland had eerder een zorgregeling en alimentatie vastgesteld, welke door de moeder in hoger beroep werd aangevochten.
Tijdens de procedure zijn diverse producties en journaalberichten overgelegd en vond een mondelinge behandeling plaats waarbij beide ouders, hun advocaten, deskundigen en een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming aanwezig waren. Het hof heeft de feiten en financiële situatie van de ouders onderzocht, waaronder de draagkracht van de vader als DGA en de moeder.
Het hof oordeelt dat de rechtbank de zorgregeling terecht heeft vastgesteld en dat de vader en het kind voldoende tijd samen doorbrengen. De moeder moet accepteren dat het kind tijd bij beide ouders doorbrengt. Ten aanzien van de kinderalimentatie wijzigt het hof de bijdrage van de vader, waarbij rekening wordt gehouden met zijn draagkracht, de zorgkorting en het feit dat de moeder geen kindgebonden budget ontvangt. De vader betaalt vanaf 1 juli 2021 €172 per maand en vanaf 1 augustus 2022 €89 per maand aan de moeder. Het hoger beroep wordt deels toegewezen en deels afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling en wijzigt de kinderalimentatie, waarbij de vader vanaf 1 juli 2021 €172 en vanaf 1 augustus 2022 €89 per maand betaalt.