Op 17 oktober 2020 liepen verdachte en aangeefster elk met hun kleine hond in een losloopgebied. Toen de honden achter elkaar aan gingen, probeerde aangeefster de honden met haar voet uit elkaar te halen. Verdachte rende naar de honden toe en schopte de hond van aangeefster met een omhaal van zijn been, wat leidde tot ernstig letsel en uiteindelijk de dood van de hond.
Verdachte verklaarde dat hij handelde met het doel de honden te scheiden, wat het hof erkent. Echter, het hof oordeelt dat het geweld disproportioneel was en dat andere, minder ingrijpende manieren van ingrijpen mogelijk waren. Het beroep op overmacht (noodtoestand) wordt verworpen omdat het gedrag niet proportioneel en subsidiariteit niet is nageleefd.
Het hof acht bewezen dat verdachte zonder redelijk doel de hond heeft geschopt met overschrijding van hetgeen toelaatbaar was, wat resulteerde in pijn, letsel en overlijden van het dier. Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaar. De schadevergoedingsvordering is niet meer aan de orde omdat partijen dit onderling hebben geregeld.