Uitspraak
bij de rechtbank: eiseres,
Landgraaf,
Nienaber,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Landgraaf Beheer B.V. stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin haar vordering tegen makelaarskantoor Nienaber werd afgewezen. De kern van het geschil betrof de vraag of Nienaber voldoende had gewaarschuwd dat een in de huurovereenkomst opgenomen borgstellingsbepaling nietig was vanwege het ontbreken van een maximumbedrag.
De huurovereenkomst betrof een winkelruimte die Landgraaf verhuurde en waarvoor Nienaber de overeenkomst opstelde. De borgstelling was problematisch omdat deze geen maximum stelde, wat leidde tot een huurachterstand van ruim €137.000. Landgraaf stelde dat Nienaber een beroepsfout had gemaakt door niet schriftelijk te waarschuwen voor de risico's van deze nietige borgstelling.
Het hof oordeelde dat Nienaber voldoende bewijs had geleverd dat zij mondeling had gewaarschuwd, ondanks het ontbreken van een schriftelijke bevestiging. Het professionele karakter van Landgraaf en het feit dat zij zelf de huurder had aangezocht, speelden een rol in de beoordeling. Bovendien was niet aannemelijk gemaakt dat een schriftelijke waarschuwing tot een andere uitkomst had geleid.
Daarom werden de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd, de vordering van Landgraaf afgewezen en werd Landgraaf veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Nienaber.
Uitkomst: De vordering van Landgraaf tegen makelaar Nienaber wordt afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd.