ECLI:NL:GHARL:2022:754
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen administratief beroep
De betrokkene stelde administratief beroep in tegen een beschikking en vorderde een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen door het bestuursorgaan. De gemachtigde van de betrokkene ontving de verdagingsbrief van de officier van justitie niet, waardoor volgens hem de beslistermijn niet was verlengd en een dwangsom verschuldigd was.
Het hof stelde vast dat de verdagingsbrief weliswaar niet aan de gemachtigde maar alleen aan de betrokkene was gestuurd, wat in strijd is met artikel 6:17 Awb Pro. Desondanks is de beslistermijn rechtsgeldig verlengd, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013. De ingebrekestelling was daarom prematuur en er was geen dwangsom verschuldigd.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter voor zover deze het verzoek tot vaststelling van een dwangsom had afgewezen, wees het verzoek alsnog af en wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. Hiermee werd het hoger beroep gedeeltelijk gegrond verklaard maar leidde dit niet tot toewijzing van de dwangsom.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een dwangsom en het verzoek om proceskostenvergoeding worden afgewezen.