Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: de vader,
1.[de moeder] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
26 855, nr. 3, p. 135). De uitspraak dient op grond van artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in het openbaar te geschieden. Daartoe is volgens vaste rechtspraak vereist dat de uitspraak ofwel door de rechter in het openbaar wordt uitgesproken ofwel dat de uitspraak vanaf een bepaalde, aan de verschenen partijen tevoren bekend gemaakte dag ter griffie in geschreven vorm aanwezig is en dat zowel de partijen als elke andere belanghebbende inzage en afschrift van die beschikking kunnen verkrijgen (vgl. Hoge Raad 1 november 1985,