Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing in hoger beroep
3.De slotsom
4.De beslissing
.Vof per 29 juni 2016 is vereffend;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak ging het om de financiële afwikkeling van de gezamenlijke onderneming van partijen, een coffeeshop, en de verdeling van eenvoudige gemeenschappen waaronder garageboxen en een woning. Het hof nam eerdere tussenarresten over en baseerde zich op een deskundigenbericht van een registertaxateur die de op geld waardeerbare goodwill van de onderneming per 29 juni 2016 bepaalde op €650.000.
Partijen hadden bezwaren tegen de waardering, met name over de niet-overdraagbaarheid van de vergunning en de gehanteerde ondernemingsbeloning, maar het hof volgde de deskundige. De man had een aandeel van 60% en had recht op €390.000. De vordering van de man tot uitkering van kapitaalstand werd afgewezen vanwege reeds verdeelde liquide middelen en geringe waarde van inventaris.
Daarnaast werden de garageboxen in twee plaatsen toegedeeld aan partijen, met een overbedeling aan de vrouw die zij aan de man moet vergoeden. De huuropbrengsten en kosten van de garageboxen werden gelijk verdeeld over de periode 2012-2016. De woning werd aan de man toegedeeld onder voorwaarde van ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw, met een vergoeding vanwege onderbedeling.
Het hof bepaalde dat partijen de verdeling ten overstaan van een notaris moeten uitvoeren en stelde dwangvertegenwoordigers aan voor het geval van nalatigheid. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de waarde van de goodwill vast op €650.000 en regelt de verdeling van de gemeenschappelijke vermogensbestanddelen met bijbehorende vergoedingen.