ECLI:NL:GHARL:2022:5645
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen boete voor doorgetrokken streep bij politievoertuig met zwaailicht
De betrokkene kreeg een boete van €240,- opgelegd wegens het overschrijden van een dubbele doorgetrokken streep met een voertuig op 7 september 2019. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze boete ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De betrokkene voerde aan dat de verklaring van de ambtenaar over een spoedmelding onvoldoende was om vast te stellen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Het hof verwees naar artikel 5 Wahv Pro en relevante bepalingen uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en de Regeling optische en geluidssignalen 2009, waarin is bepaald dat bij het voeren van zwaailichten sprake is van een dringende taak.
De ambtenaar had het voertuig met zwaailicht gezien en kon daardoor niet tot staandehouding overgaan. Het hof oordeelde dat de omstandigheden afwijken van eerdere arresten en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep tegen de boete en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.