Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 24 januari 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en [verweerders] c.s. De arbeidsovereenkomst was door de kantonrechter ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding. [Verzoeker] betwistte deze ontbinding en vorderde herstel van het dienstverband of een billijke vergoeding, alsmede betaling van achterstallig loon.
Het hof oordeelde dat de ontbinding terecht was toegewezen. Er was sprake van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding, mede door de complexe onderlinge verhoudingen tussen partijen, waaronder een vennootschappelijke en affectieve relatie. Pogingen tot herstel waren niet geslaagd en herplaatsing in een passende functie was niet mogelijk.
Daarnaast werd het beroep op het opzegverbod wegens ziekte verworpen, omdat [verzoeker] onvoldoende had onderbouwd dat hij sinds zijn ziekmelding in augustus 2020 niet in staat was zijn werk te verrichten. Ook was er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen door [verweerders] c.s. dat een billijke vergoeding zou rechtvaardigen.
Ten aanzien van de loonvordering over overuren gaf het hof [verzoeker] toestemming tot bewijslevering, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat hij recht had op meer dan reeds uitbetaald. De beslissing over de wettelijke verhoging van het achterstallige loon werd aangehouden tot na bewijslevering. Het hof deed nadere procesafspraken voor het bewijsverhoor en hield verdere beslissing aan.