Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De vader en moeder van een minderjarige geboren in 2010 zijn in geschil over omgang en ondertoezichtstelling. De vader heeft sinds 2012 geen contact meer met het kind en verzoekt om een omgangsregeling en ondertoezichtstelling. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en weigert contact tussen vader en kind, mede vanwege zorgen over de vader.
De rechtbank wees de verzoeken van de vader af. In hoger beroep vernietigt het hof het oordeel over de ondertoezichtstelling en stelt het kind onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor twaalf maanden. Dit is nodig omdat de moeder geen objectief zicht op het kind toestaat en de vader geen rol kan spelen in het leven van het kind, wat de ontwikkeling ernstig bedreigt.
Het hof acht vrijwillige hulpverlening onvoldoende gezien het wantrouwen van de moeder en het ontbreken van hulp. De omgangsregeling wordt voorlopig afgewezen omdat omgang op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor het kind. Het hof wijst op het belang van psycho-educatie voor de moeder en het bieden van ruimte aan het kind om een eigen beeld van de vader te vormen.
Uitkomst: Het hof stelt de minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling voor twaalf maanden en wijst het verzoek tot omgang voorlopig af.