Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 4 mei 2022 uitspraak gedaan in het hoger beroep van een veroordeelde zonder rechtmatig verblijf in Nederland tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 2 november 2021 over de voortzetting van de ISD-maatregel. De ISD-maatregel is opgelegd voor twee jaar en betreft plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
Het hof heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het beleid van het ministerie van Justitie en Veiligheid met betrekking tot de beëindiging van de maatregel bij vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf. Daarbij is vastgesteld dat het beleid niet schriftelijk is vastgelegd, onduidelijk is en onvoldoende voorzienbaar, hetgeen vragen oproept over de rechtszekerheid en het verbod op willekeur.
De zaak bevatte ook een analyse van drie vergelijkbare zaken waarin de toepassing van de maatregel en de mogelijkheden tot behandeling en terugkeer naar het land van herkomst uiteenliepen. Het hof concludeert dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en bevestigt haar beslissing, maar beveelt een nieuwe tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de maatregel vóór 1 augustus 2022.
Het hof benadrukt dat de ministeriële bevoegdheid tot beëindiging van de maatregel een beleidsmatig karakter heeft en dat de rechterlijke toetsing zich richt op de noodzaak van voortzetting, waarbij rekening wordt gehouden met het risico op onveiligheid en overlast. De veroordeelde wordt geadviseerd om mee te werken aan behandelinterventies en terugkeertrajecten, maar het ontbreken van een helder beleid blijft een aandachtspunt.