ECLI:NL:GHARL:2022:4018

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 mei 2022
Publicatiedatum
19 mei 2022
Zaaknummer
P22/0039
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416, tweede lid, Wetboek van StrafvorderingArt. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen voortzetting maatregel stelselmatige daders

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2021, waarin de voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders werd bevestigd en het verzoek tot aanhouding werd afgewezen.

Tijdens de zitting op 21 april 2022 heeft de raadsman namens de veroordeelde verklaard dat zij wenst dat de maatregel wordt voortgezet om doorbehandeling mogelijk te maken. Het openbaar ministerie heeft de beslissing van de rechtbank bevestigd en toegelicht dat de veroordeelde na een time-out in de penitentiaire inrichting Zwolle een positieve gedragsverandering heeft laten zien en inmiddels is geplaatst in een vervolgsetting.

Het hof constateert dat de veroordeelde geen bezwaren heeft opgegeven tegen de bestreden beslissing en verklaart haar daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De voortzetting van de maatregel blijft daarmee in stand.

Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de voortzetting van de maatregel.

Uitspraak

ISD P22/039
Beslissing d.d. 4 mei 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
verblijvende in [verblijfplaats],
verder te noemen de veroordeelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2021, op het verzoek tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders
(hierna: de maatregel), inhoudende dat voortzetting van die maatregel vereist is en de afwijzing van het verzoek tot aanhouding.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 29 december 2021 waarbij de veroordeelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van penitentiaire inrichting Zwolle
(hierna: PI Zwolle)van
30 maart 2022.
Het hof heeft ter zitting van 21 april 2022 gehoord de advocaat-generaal, mr. V. Smink en de raadsman van de veroordeelde, mr. A.H.J. Strak, advocaat te Rotterdam, die heeft verklaard uitdrukkelijk door de veroordeelde gemachtigd te zijn de verdediging te voeren.

Overwegingen:

Het standpunt van de veroordeelde
De raadsman heeft verzocht de maatregel niet te beëindigen. De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld met als doel dat er voortgang in haar behandeling zou komen. Begin april is zij in [verblijfplaats] geplaatst en daar is nog geen behandeling gestart.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Op 3 januari 2022 heeft de veroordeelde positief gescoord op het gebruik van cocaïne, waarna zij voor een time-out in de PI Zwolle is geplaatst. Na de time-out heeft de veroordeelde een positieve ommekeer gemaakt in haar houding. Er is gezocht naar een vervolgsetting voor de veroordeelde en inmiddels is zij bij [verblijfplaats] geplaatst.
Het oordeel van het hof
Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu door of namens de veroordeelde geen bezwaren zijn opgegeven tegen de beslissing waarvan beroep. Bovendien heeft de raadsman aangevoerd dat de veroordeelde wenst dat de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt voortgezet opdat zij doorbehandeld kan worden. Het hof zal de veroordeelde daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep.

Beslissing

Het hof:
Verklaart de veroordeelde
[veroordeelde] niet-ontvankelijkin het beroep.
Aldus gedaan door
mr. G. Mintjes als voorzitter,
mr. M.E. van Wees en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,
en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 4 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.
Mr. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.