ECLI:NL:GHARL:2022:3961
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- H.L. Wattel
- M.S.A. van Dam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep in kort geding tussen ex-echtgenoten
In deze zaak tussen voormalige echtgenoten heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van de vrouw in een kort geding niet-ontvankelijk verklaard. De vrouw had geen gronden voor haar hoger beroep aangevoerd en geen memorie van grieven ingediend, waardoor het beroep niet aan de wettelijke eisen voldeed.
De vrouw had het hof verzocht de zaak door te halen, maar de man stemde hier niet mee in. Het hof oordeelde dat zonder instemming van beide partijen de zaak niet kon worden doorgehaald en dat het hoger beroep beoordeeld moest worden. Gezien het ontbreken van gronden en memorie van grieven werd de vrouw niet-ontvankelijk verklaard.
Wat betreft de proceskosten oordeelde het hof dat in procedures tussen (ex)echtgenoten vaak wordt gekozen voor compensatie, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Dit is ingegeven door de persoonlijke en interrelationele moeilijkheden die spelen. Het hof vond geen aanwijzingen dat de vrouw de procedure evident nodeloos had ingesteld en wees het verzoek van de man om haar in de kosten te veroordelen af. Het hof bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vrouw is niet-ontvankelijk verklaard en iedere partij draagt haar eigen proceskosten.