ECLI:NL:GHARL:2022:3111
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen sanctie wegens overtreding geslotenverklaring
De betrokkene werd bij beschikking gesanctioneerd met een boete van €140 wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 13 oktober 2019 in Enschede. De betrokkene voerde aan dat er geen verkeersbesluit ten grondslag lag aan het bord, waardoor de sanctie niet opgelegd had mogen worden. De kantonrechter verwierp dit verweer en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde de betrokkene dat het legaliteitsbeginsel vereist dat het verweer wordt beoordeeld aan de hand van de jurisprudentie die gold ten tijde van de gedraging. Het hof oordeelde echter dat jurisprudentie die na de gedraging tot stand kwam het recht vaststelt zoals dat ook toen al gold, tenzij er een overgangsregeling is, wat hier niet het geval was.
Het hof verwierp het verweer dat het ontbreken van een verkeersbesluit aanleiding geeft tot het achterwege laten of matigen van de sanctie. Het beroep werd dan ook terecht ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het beroep van de betrokkene af.