In deze civiele zaak staat centraal of appellant alle huurtermijnen heeft voldaan die voortvloeien uit een mondelinge huurovereenkomst van 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018 met geïntimeerde Wilpstra B.V. De kantonrechter had appellant veroordeeld tot betaling van een huurachterstand, maar appellant betwistte dit en stelde dat alle huurbetalingen zijn voldaan.
Het hof stelt vast dat de bewijslast voor het bewijs van betaling bij appellant ligt, maar acht de feiten en omstandigheden onvoldoende om met redelijke zekerheid vast te stellen dat de huur is betaald. Daarom staat het hof appellant toe bewijs te leveren, ook door middel van getuigenverhoor.
Het hof bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden onder leiding van een raadsheer-commissaris en regelt de procedure voor het opgeven van getuigen en het indienen van processtukken. Alle verdere beslissingen worden aangehouden totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.