Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
[naam2] zijn verschenen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige is geboren in 2006 en heeft diverse diagnoses, waaronder PDD-NOS, een licht verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis. Sinds 2019 is hij onder toezicht gesteld en sinds 2022 woont hij in een woonvoorziening met dagbesteding.
De moeder is in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Zij stelt dat de machtiging niet verlengd moet worden. De gecertificeerde instelling verzet zich hiertegen en verzoekt het hoger beroep af te wijzen.
Het hof constateert dat de minderjarige sinds zijn verblijf in de woonvoorziening positieve stappen heeft gezet, maar dat er nog grote weerstand is tegen het verblijf. Het is onduidelijk of verdere ontwikkeling mogelijk is en of de weerstand voortkomt uit zijn stoornissen of dat hij met meer ondersteuning kan groeien. Het hof acht diagnostisch onderzoek noodzakelijk om de ontwikkelingsmogelijkheden in kaart te brengen.
Daarom wordt de beslissing over de verlenging van de machtiging aangehouden tot uiterlijk 31 maart 2023, zodat partijen het hof kunnen informeren over de stand van zaken en hun visie op de uitkomsten van het onderzoek. De zaak zal verder op de stukken worden afgedaan, tenzij het hof anders beslist.
Uitkomst: Beslissing over verlenging machtiging uithuisplaatsing wordt aangehouden voor diagnostisch onderzoek.