ECLI:NL:GHARL:2022:11174
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling
Appellant, een 47-jarige alleenstaande man met een schuldenlast van circa €24.584, verzocht om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn verplichtingen uit de regeling zou nakomen en zich zou inspannen om baten voor de boedel te verwerven. Tevens werd verwacht dat appellant, gezien zijn budgettaire situatie en alimentatieverplichting, na toelating nieuwe schulden zou laten ontstaan.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij pogingen had gedaan om zijn alimentatieverplichting te laten verlagen, maar dat dit in Spanje niet mogelijk was. Hij stelde dat dit geen reden voor afwijzing was en beriep zich op de hardheidsclausule, stellende dat hij de omstandigheden die tot schulden leidden achter zich had gelaten, zijn onderneming had gestaakt en recentelijk in loondienst was getreden.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Hij had nagelaten apparatuur van zijn gestaakte onderneming te verkopen om schulden af te lossen en had zich over een periode van meer dan twee jaar niet voldoende ingespannen om inkomen te genereren. De omstandigheden die appellant aanvoerde voor toepassing van de hardheidsclausule boden geen aanleiding deze toe te passen, mede omdat hij pas na het vonnis actie had ondernomen.
Het hoger beroep faalt derhalve en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 24 oktober 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.