ECLI:NL:GHARL:2022:11011

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
Wahv 200.307.956/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5.18.8 Regeling voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met lading met scherpe uitsteeksels

De betrokkene werd gesanctioneerd voor het rijden met een voertuig met een vlonderplank die als lading scherpe delen had, in strijd met artikel 5.18.8 van de Regeling voertuigen. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond.

In hoger beroep voerde de gemachtigde aan dat de plank afgerond was en geen letsel kon veroorzaken, en dat de betrokkene een brief had ontvangen waarin stond dat hij niets hoefde te betalen. Het hof wees erop dat betaling niet automatisch leidt tot terugbetaling en dat in dit geval geen terugbetaling aan de orde was.

Het hof oordeelde dat de plank als lading met scherpe delen moet worden aangemerkt omdat bij een botsing met snelheid gevaar voor lichamelijk letsel kan ontstaan, ook al is de plank bij stilstand afgerond. De beslissing van de kantonrechter werd bevestigd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €240 voor het rijden met een voertuig met scherpe lading.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.307.956/01
CJIB-nummer
: 233480484
Uitspraak d.d.
: 21 december 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 14 februari 2022, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats1] .
De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] , wonende te [woonplaats1] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de lading van het voertuig scherpe delen heeft.”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 mei 2020 om 19:46 uur op de Beertsterweg in Winschoten met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de (vlonder)plank niet scherp is maar afgerond, zodat er tijdens het lopen over de plank geen letsel aan blote voeten kan ontstaan. De gemachtigde van de betrokkene merkt in haar hoger beroepschrift ook op dat de betrokkene een brief van het CJIB heeft ontvangen (het hof begrijpt: "betalingsoverzicht verkeersboete") waarin staat dat de betrokkene € 0,- hoeft te betalen. De gemachtigde van de betrokkene gaat er in beginsel van uit dat de zaak hiermee is afgesloten en dat de betrokkene het te veel betaalde bedrag terug zal krijgen.
3. Ter informatie van de betrokkene merkt het hof op dat het betalingsoverzicht verkeersboete laat zien dat het bedrag van de sanctie en de administratiekosten is betaald, maar dat wil niet zeggen dat dit bedrag zal worden teruggestort. In de brief staat het volgende: “Heeft u de boete al betaald? En heeft de rechter bepaald dat u een lager bedrag of niets hoefde te betalen? Dan krijgt u mogelijk een bedrag terug.” Hiervan is in het geval van de betrokkene geen sprake.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de betrokkene een scherpe houten plank, meer dan een meter, uit had steken uit zijn kofferbak.”
6. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.18.8, eerste lid, van de Regeling voertuigen, dat als volgt luidt:
“De lading van voertuigen en verwisselbare uitrustingsstukken mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.”
7. Het hof stelt vast dat een (vlonder)plank als lading met scherpe delen moet worden aangemerkt. Bij een botsing met een voertuig waarmee met snelheid wordt gereden, kan de inwerking dusdanig groot zijn dat een (vlonder)plank gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers op kan leveren (zie ook het arrest van het hof van 9 oktober 2015, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2015:7630). Dat de (vlonder)plank bij stilstand niet zo scherp is dat deze letsel kan veroorzaken, maakt dit niet anders. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht en zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Broere als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.