De betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk uitvoeren van hennep naar Duitsland, handelen in strijd met de Opiumwet en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank Noord-Nederland had de ontnemingsvordering vastgesteld op €441.859,27, maar het hof vernietigt dit vonnis en doet opnieuw recht.
Het hof baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder ontnemingsrapporten, aantekeningen van medeverdachten, getuigenverklaringen en proces-verbalen van bevindingen. De periode van berekening loopt van 1 januari 2009 tot en met 6 april 2011, verdeeld in drie subperiodes met afzonderlijke berekeningen.
De totale schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt €1.172.432,82, waarvan het hof een pondspondsgewijze verdeling over vier betrokkenen toepast. Vanwege de uitzonderlijke overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep (ruim 10 jaar in totaal) vermindert het hof de betalingsverplichting met 10%, resulterend in een verplichting van €263.797,38.
Tot slot bepaalt het hof de duur van de gijzeling op maximaal 1080 dagen, conform wettelijke voorschriften en landelijke afspraken. Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 15 december 2022.