ECLI:NL:GHARL:2022:10388
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing hof over onderzoekswensen en aanhouding regiezitting in Encrochat-zaak
In deze strafzaak tegen verdachte, in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, heeft het hof op 2 december 2022 een tussenarrest gewezen over de onderzoekswensen van de verdediging met betrekking tot de rechtmatigheid van de onderschepte Encrochat-gegevens.
De verdediging verzocht om aanhouding van de regiezitting in afwachting van prejudiciële vragen die de rechtbank Noord-Nederland mogelijk aan de Hoge Raad zal stellen over het interstatelijk vertrouwensbeginsel in Encrochat-zaken. Het hof wees dit verzoek af omdat het proces van het stellen van die vragen nog pril is en de zaak zich in de regiefase bevindt.
De onderzoekswensen van de verdediging betroffen het horen van getuigen, het toevoegen van stukken over rechtshulpverzoeken tussen Nederland en Frankrijk, en het toelaten van verhoren en processtukken uit andere onderzoeken. Het hof oordeelde dat het vertrouwensbeginsel inhoudt dat de Nederlandse strafrechter de rechtmatigheid van Franse opsporingshandelingen niet toetst, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat Nederlandse autoriteiten daarbij verantwoordelijk waren. Zulke aanwijzingen ontbraken.
Daarom wees het hof alle verzoeken tot aanvullend onderzoek af. Het hof besloot het onderzoek te heropenen, het onderzoek te schorsen voor een periode tussen één en drie maanden vanwege het zittingsrooster, en de verdachte op een later tijdstip op te roepen. Hiermee is de zaak gereed voor inhoudelijke behandeling zonder verdere onderzoeksuitstel.
Uitkomst: Het hof wijst de onderzoeksverzoeken af en schorst het onderzoek tijdelijk zonder aanhouding van de regiezitting.