ECLI:NL:GHARL:2021:9632
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling en declaratie van advocatenkosten bij gefinancierde rechtsbijstand in letselschadezaak
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen [appellant] en zijn voormalige advocaat [geïntimeerde] over de betaling en verrekening van advocatenkosten in een letselschadezaak tegen SES Nederland BV. De partijen sloten in 2012 een laag-hoog-tarief-overeenkomst met een voorwaardelijke toevoeging van gefinancierde rechtsbijstand. Na een bedrijfsongeval in 2012 en een succesvolle procedure tegen SES ontstond onenigheid over de afwikkeling van de kosten en de wijze van declaratie.
De kern van het geschil betreft een bedrag van € 9.010,38 dat [geïntimeerde] rechtstreeks bij de WA-verzekeraar van SES heeft gedeclareerd zonder overleg met [appellant], en een tegenvordering van [geïntimeerde] voor een bedrag van € 20.932,03 aan gemaakte kosten. Het hof overweegt dat de toevoeging niet is ingetrokken, waardoor [geïntimeerde] niet gerechtigd was om de kosten rechtstreeks bij [appellant] of de verzekeraar in rekening te brengen. Tevens faalt het beroep op onverschuldigde betaling door [appellant], omdat de betaling niet als een betaling van [appellant] kan worden aangemerkt.
De klachten van [appellant] over onrechtmatig handelen van [geïntimeerde] en het niet onderbouwen van schade leiden niet tot een andere uitkomst. Ook het incidenteel hoger beroep van [geïntimeerde] faalt omdat de toevoeging niet is ingetrokken en hij daarom niet rechtstreeks kosten kan declareren. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt partijen in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van partijen af.