Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
21 september 2021
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Leeuwarden(hierna: de Inspecteur)
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, organisator van Grootkoorprojecten, maakte bezwaar tegen de door de Belastingdienst opgelegde omzetbelasting over september 2019. Na afwijzing van het bezwaar en beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank.
De inspecteur verzocht in hoger beroep om beperkte kennisneming van bepaalde passages in het Tarief advies, een intern advies van de landelijke kennisgroep Omzetbelasting over het toe te passen btw-tarief. Het verzoek betrof het onleesbaar maken van passages met persoonsgegevens van medewerkers van de Belastingdienst, aangeduid met letter A, en andere passages aangeduid met letter B.
Het hof stelde vast dat het Tarief advies een op de zaak betrekking hebbend stuk is en dat geheimhouding alleen kan worden toegestaan als gewichtige redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming. Het hof oordeelde dat het onleesbaar maken van persoonsgegevens (letter A) gerechtvaardigd is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De passages aangeduid met letter B mochten openbaar worden gemaakt omdat deze grotendeels al in leesbare stukken voorkwamen.
Het hof besloot daarom de beperking van kennisneming alleen toe te staan voor de passages met letter A en gaf de inspecteur de gelegenheid om binnen twee weken de passages met letter B alsnog vrij te geven. Het hof legde de met letter A aangeduide passages niet ten grondslag aan zijn beslissing.
Uitkomst: De beperking van kennisneming van het btw-tariefadvies is gerechtvaardigd voor persoonsgegevens, andere passages moeten openbaar worden gemaakt.