Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De ontvankelijkheid van het hoger beroep
€ 635,50 (€ 1.633,50 - € 998,00)
4.De beslissing
26 oktober 2021voor memorie van grieven;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak gaat het om een geschil tussen een huurder en verhuurder over de terugbetaling van een borgsom en de vergoeding van schoonmaakkosten na beëindiging van een huurovereenkomst.
De huurder vordert terugbetaling van de borg en incassokosten, terwijl de verhuurder in reconventie vergoeding van schoonmaakkosten eist. De kantonrechter wees de borg terug aan de huurder, maar legde een deel van de schoonmaakkosten aan de huurder op.
Het hof beoordeelt de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de huurder aan de hand van de appelgrens van €1.750,- en de regels omtrent optelling van vorderingen in conventie en reconventie. Het hof stelt vast dat het gecombineerde belang van de vorderingen de appelgrens overschrijdt, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is. De zaak wordt verwezen naar de memorie van grieven en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de huurder wordt ontvankelijk verklaard omdat het gecombineerde belang van de vorderingen de appelgrens overschrijdt.