Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft het verzoek van de raad voor de kinderbescherming om het gezag van de moeder over haar vier minderjarige kinderen te beëindigen. De rechtbank had dit verzoek toegewezen, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep.
De feiten betreffen een gezin met vijf kinderen uit een ontbonden huwelijk, waarvan vier minderjarig. De kinderen wonen sinds 2016 voornamelijk bij de vader, met verschillende uithuisplaatsingen op grond van machtigingen. De moeder heeft sinds medio 2016 geen contact met vier van de kinderen. De raad stelde dat het gezag van de moeder een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de kinderen vanwege trauma’s veroorzaakt door mishandeling, ondanks dat de moeder in 2020 door de politierechter is vrijgesproken van deze beschuldigingen.
Het hof constateert dat het dossier geen volledige hulpverleningsrapporten bevat en dat de raad onvoldoende onderbouwing heeft geleverd voor de noodzaak van gezagsbeëindiging. De moeder accepteert de feitelijke situatie en bemoeilijkt het gezag van de vader niet. De kinderen zijn bang voor de moeder, maar het hof acht het de verantwoordelijkheid van de vader en jeugdbeschermers om deze angst te verminderen. Het hof oordeelt dat de beëindiging van het gezag niet proportioneel is en vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het gezag betreft over de vier minderjarige kinderen, waarbij het verzoek van de raad wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder over de vier minderjarige kinderen af en vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het gezag betreft.